Zilverzuring

Zilverzuring

dirkjan Geen categorie, Weetjes

De naam zuring heeft te maken met de scherpe smaak van de bladeren. De soorten die in Nederland en Belië voorkomen, behoren tot de 200 eenjarige , tweejarige en overblijvende soorten. Zuring komt oorspronkelijk uit Europa en Azië en is al sinds de oudheid bekend als tuinplant. Artsen in het oude Rome kenden de plant al en Plinius schreef dat Romeinse soldaten van scheurbuik konden worden genezen met de werkzame stoffen die erin zaten. In de 19e eeuw werd hij gebruikt als een licht laxerend middel, een eigenschap die nog steeds door de moderne medische wetenschap wordt erkend. Zilverzuring heeft een hartvormig blaadje en een fijne zure toets, de smaak van een Granny Smith appel. Het is lekker in salades of als garnering.

Tijgermelk

Tijgermelk is een marinade op basis van verschillende citrusvruchten zoals citroen, limoen, yuzu afgewerkt met wat koriander en look. In Peru staat tijgermelk gekend als antikatermiddel en als afrodisiacum.

Ceviche

Ceviche is een koud gemarineerde visbereiding afkomstig uit Latijns-Amerika.

Yuzu

Een Japanse citrusvrucht die eruit ziet als een mislukte mandarijn. Van Yuzu gebruik je vooral de schil en het sap. De aromatische schil geeft mooie smaakaccenten aan gerechten. Het sap is minder scherp en veel subtieler dan citroen: Een complexe mix van limoen, citroen en zoete boventonen van mandarijn. Fijnproevers herkennen er ook grapefruit en dennengeur in.

Spiering

Spiering is een vissoort die ver verwant is aan de zalmen. Een groenglimmend witvisje, schitterend met grote oogjes en een piepklein vetvinnetje op de rug, naar het eind van de staart toe.

In Frankrijk en Spanje geldt de spiering als een delicatesse. Ze wordt dan veelal gefrituurd en met kop en al gegeten.

Nori

Nori is het Japanse woord voor wier of alg. Noribladen wordt ongeveer gemaakt zoals papier: fijngemalen zeewier-pulp wordt geschept in een platte zeef en gedroogd tot dunne vellen van zo’n 18×20 cm. Het wordt niet van één specifiek soort zeewier gemaakt maar wel van die uit één familie, vandaar dat de kleur en kwaliteit nogal kan verschillen.

Kumquat

De kumquat ziet eruit als een kleine, ovale sinaasappel. Anders dan de overige citrusvruchten, kan je de kumquat met schil en al eten. De binnenkant van de vrucht is verdeeld in een aantal segmenten en het vruchtvlees is lichtoranje. Kumquats groeien aan kleine struikjes en zijn rijk aan vitamine C en kalium. Het vruchtvlees smaakt bitterzoet en de schil kruidig.

Kweepeer

De kweepeer is een bittere vrucht die nauw verwant is aan de appel, peer en de lijsterbes. De harde vrucht groeit aan een boom die vier tot zes meter hoog kan worden. Het is een harde, peervormige vrucht met een gele kleur en donzige schil. Het stevige vruchtvlees van kweeperen heeft een aangenaam aroma dat een hele kamer aangenaam doet geuren.

Hoppescheuten

Hop is een doorlevende klimplant, zelfs de langste kruidachtige klimplant in onze flora. Ze behoort tot de familie van de hennepachtigen. De stengel heeft een vier- tot zeskantig uitzicht en voelt ruw en knobbelig aan. Hij is immers bezet met fijne ankervormige haartjes. Zij klampen zicht vast aan een andere plant (in de natuur) of aan een leidraad (in een gecultiveerd hopveld).

Zo klimt de plant tot zes à zeven meter hoog. In de winter sterven de bovengrondse delen af en overleeft de plant met de wortelstok in de bodem. In het vroege voorjaar lopen de wortelstokken weer uit. Het zijn die allereerste scheuten van de hop die als asperges gegeten kunnen worden. De oude Romeinen lustten er wel een maaltje van. De teelt van hopscheuten is nogal arbeidsintensief, vandaar de hoge kostprijs.